Kastelen van de koninklijke entourage - François I
Naast de koninklijke kastelen werden door de koninklijke entourage van François I kastelen gebouwd, geïnspireerd door de architectuur van het hof. Kastelen van de naaste en meest invloedrijke adviseurs van de koning François I:
chronologisch
Gebouwd door Thomas Bohier, die carrière maakte onder Charles VIII, Louis XII en François I, voor wie hij thesaurier-generaal van de oorlogen in Italië was.
Gebouwd door Guillaume II Gouffier, grootmaarschalk van Frankrijk en favoriet van François I.
Gebouwd door Gilles Berthelot, voorzitter van de Rekenkamer, thesaurier van Frankrijk, burgemeester van Tours.
Gebouwd door Philibert Babou (1484 - 1557), schatkistbewaarder van François I.
Grotendeels gebouwd door Jacques II de Daillon, kamerheer van François I.
Gebouwd door baron René de Thory (ca 1490 - 1565), heer van Boumois.
Gebouwd door René de Maillé, uit de adel van Touraine.
Gebouwd door Jean Le Breton, staatssecretaris voor financiën van François I.
Ook gebouwd door Jean Le Breton, staatssecretaris voor financiën van François I. Hij was net begonnen met de bouw van zijn kasteel Villesavin bij Chambord, toen hij in 1532 ook de heerlijkheid Villandry verwierf.
Naaste en meest invloedrijke adviseurs van de koning François I.
Het zijn deze raadsleden van de koning die kastelen bouwden, althans in het begin van de regeerperiode van François I (1515 - 1530). Guillaume II Gouffier, favoriet van François I, begon in 1516 met de bouw van het kasteel van Bonnivet. Alle bekende Loire-kastelen van de eerste periode van de Franse Renaissance werden toen gebouwd: Bury, Chambord, Chenonceau, Azay-le-Rideau en Villandry.
In de 16de eeuw verzwakt het militaire karakter van de kastelen door de toenemende aandacht voor comfort en schoonheid. Met de Renaissance moeten kastelen de macht en verfijning van hun eigenaar weerspiegelen. Slotgrachten, donjons en torentjes worden prestigeobjecten. In de bouwstijl van de kastelen verdwijnen de kenmerken met een verdedigende functie van de kastelen in de 16de eeuw quasi volledig
In de regeerperiode van François I (1515 - 1547) zijn de kenmerken met verdedigende functie ook niet meer aanwezig. Wel wordt de vormentaal soms overgenomen, maar dan zonder verdedigende functie. Zo hebben de torens in de kastelen van Chambord, Le Lude en Boumois geen verdedigende functie meer, maar wel een woonfunctie en hebben de torens grote ramen. De donjon in het kasteel van Chambord heeft eveneens volledig een woonfunctie, en is qua functie totaal verschillend in vergelijking met alle andere en oudere donjons, die steeds de ultieme verdediging van het middeleeuwse kasteel waren.
Ook de vorm van de machicoulis wordt in een aantal kastelen overgenomen, maar ook deze heeft niet meer de verdedigingsfunctie, de uitkragende delen doen dienst als indrukwekkende kroonlijst bovenaan de gevels. In de kastelen van Chenonceau en Azay-le-Rideau zijn de hoektorens herleid tot kleine decoratieve hoektorentjes.
Maak jouw eigen website met JouwWeb