Kasteel Amboise (1492 - 1498)
Geschiedenis en architectuur - Charles VIII - Amboise
Geschiedenis
Amboise beleefde zijn glorietijd in de 15de eeuw. Vanaf 1489 wilde Charles VIII (1470 - 1498), die zijn jeugd in het oude kasteel had doorgebracht, het gebouw uitbreiden en verbouwen tot een luxueus lustoord. Van zodra hij koning was en bevrijd van het regentschap van zijn zuster Anne de Beaujeu, begon hij met geestdrift aan de bouwwerken in Amboise. De bouw startte in 1492, vijf jaar later waren al twee grote vleugels gereed.
<Michelin Kastelen van de Loire – blz 214>
Onder Charles VIII vestigde het Franse hof zich in Amboise.
Uitzicht op het kasteel tijdens het bewind van Charles VIII
chateau-amboise.com/lhistoire-du-chateau
Het kasteel
Het eerste werk van Charles VIII (1470 - 1498) bestond uit het voltooien van de constructies van zijn vader, Louis XI. In de buurt van de zuidelijke vleugel waar hij woont, laat hij de Sint-Hubertus-kapel (6) optrekken direct boven de Sint-Sepulcrekapel. De bouw van de kapel begon rond 1492.
<Amboise - Un château dans la ville - Hoofdstuk 5 - blz 1>
De bouw van de Logis des Sept Vertus (het huis van de Zeven Deugden) (4) in het zuiden werd begonnen in 1492, na de grondwerken in 1491. Aan het begin van 1496 was het gebouw voltooid. Het gebouw werd de ceremoniële residentie van het kasteel, 40 m lang en ongeveer 20 m diep en was gebouwd op 5 niveaus, waarvan 2 niveaus voor woonvertrekken, kantoren en keuken, 1 niveau voor logement en daarboven twee niveaus met zolderkamers.
<Amboise - Un château dans la ville - Hoofdstuk 5 - blz 19 + 35>
De werkzaamheden van de Tour des Minimes (1) werden gestart in de herfst van 1495. Het werd einde van 1496 tot 2/3 van zijn hoogte gebouwd. Aan dit tempo zou de toren aldus in 1497 voltooid zijn. Ook andere gebouwen (3) waren in aanbouw in de periode 1495 - 1496.
<Amboise - Un château dans la ville - Hoofdstuk 5 - blz 19>
De Grote zaal (2) van Charles VIII van 172 m² in de noordelijke vleugel maakt deel uit van de middeleeuwse traditie, de grootte is evenredig met de aantallen van het hof. De Grote zaal is bedekt met gewelven die uit een centrale rij kolommen komen. De Grote zaal wordt soms de “Kamer van de Staten” genoemd, naar analogie met de grote Statenzaal van Blois (500 m²), maar in werkelijkheid kwamen de Staten nooit bijeen in Amboise. Twee open haarden, één in flamboyante stijl en één in antieke stijl, verwarmen de Grote zaal.
<Amboise - Un château dans la ville - Hoofdstuk 5 - blz 30>
Met de bouw van de Heurtault-toren (5) in het zuiden werd begonnen na de bouw van de Tour des Minimes, waarschijnlijk in 1497. De Heurtault-toren bleef onvoltooid bij de dood van Charles VIII in april 1498, zoals blijkt uit de stijlbreuk van de sluitstenen, zichtbaar in de overspanningen van de laatste omwenteling van de toren. Deze sporen plaatsen deze laatste prestaties van de toren onmiskenbaar onder het bewind van koning Louis XII.
<Amboise - Un château dans la ville - Hoofdstuk 5 - blz 21>
Zo onderbrak de accidentele dood van Charles VIII in 1498 het werk van de Heurtault-toren niet volledig. Louis XII liet ook het (voorlopige) dak plaatsen op het tweede niveau van de vleugel van Charles VIII (3). De voltooiing van dit gebouw was het werk van François I, die vanaf het begin van zijn regeerperiode de bouw van het derde niveau liet uitvoeren in renaissance-stijl. Op de gevel zijn er daar verticale pilasters, op de ondergelegen delen niet.
<Amboise - Un château dans la ville - Hoofdstuk 5 - blz 24>
Unieke modellen van ramptorens
De Minimes-toren (1) en de Heurtault-toren (5) zijn unieke modellen van ramptorens in Frankrijk. De steile topografie van de Amboise-site motiveerde deze innovatieve oplossing om de problemen met de toegang tot het rotsachtige voorgebergte te overwinnen. Vóór het project van Charles VIII was er alleen de oude oprit met zijn vele obstakels, de Garçonnet-toren (7) - voetgangers ingang - en de Leeuwenpoort (8) - de poort via de velden. De Minimes- en de Heurtault-toren daarentegen maken het mogelijk om met paard en koets zo dicht mogelijk bij de nieuwe gebouwen boven aan te komen: de Tour des Minimes bij de Grote nieuwe zaal (2) en de Charles VIII-vleugel (3), de Heurtault-toren bij de Logis des Sept Vertus (5).
<Amboise - Un château dans la ville - Hoofdstuk 5 - blz 46>
Minimes-toren en Charles VIII-vleugel
Meester-metselaars in Amboise
Het is in Amboise dat de namen van de meester-metselaars Colin Biart, Guillaume Senault, Louis Armanjeart, Pierre Trinqueau, Jacques Sourdeau voor het eerst opduiken. Men zal ze later op andere werven in het Loiredal aantreffen.
<Kastelen van de Loire – blz 58>
Begin van Italiaanse invloed
Na de dood van koning Ferdinand I van Napels (1423 - 1458 - 1494) zonder erfgenaam claimde Charles VIII dit koninkrijk. Einde 1494 reisde de koning naar Italië, de plechtige intocht in Napels was op 22 februari 1495. Enthousiast over de artistieke verfijning in dat land, bracht hij talloze meubels, kunstwerken en stoffen mee terug naar Amboise. In zijn kielzog arriveerden geleerden, architecten, beeldhouwers en kunstenaars. Charles VIII was ook dol op de Italiaanse tuinen. Onder de architecten die voor hem werkten waren ook Fra Giocondo en Il Boccador. Deze laatste werkte later ook aan de kastelen van Blois en Chambord.
1496 markeerde dus het begin van de Italiaanse invloed op de Franse kunst. In Amboise was hiervan nog weinig te merken, omdat de bouw al vier jaar eerder was begonnen, maar onder Louis XII deed deze invloed zich steeds duidelijker gelden, om onder François I zijn hoogtepunt te beleven.
<Michelin Kastelen van de Loire – blz 214>
In Amboise zijn in 1496 de Vlaamse invloeden meer zichtbaar dan de Italiaanse. De Renaissance van de Valois-koningen, die op zoek waren naar iets nieuws, was eigenlijk de terugkeer naar de flamboyante gotische stijl.
<Kastelen langs de Loire – blz 28>
Huidige toestand
Deel Charles VIII
Van het ganse geheel van Charles VIII zijn verscheidene belangrijke gedeelten bewaard. Eerst en vooral de grotendeels ontmantelde muur en de twee grote torens, la tour des Minimes in het midden van de noordelijke muur aan de Loire en la tour Heurtault op de zuidelijke muur aan de Amasse. Beide torens dateren uit de tijd van Charles VIII en het opvallende eraan is dat het in feite enorme ingangstorens zijn langs waar men het kasteel te paard of per koets over een spiraalvormige helling kon binnenrijden (tot 40 m hoogte). Verder is er de Charles VIII-vleugel. Aanleunend tegen de Minimes-toren, beheerst deze vleugel de Loire. Aan de hofzijde vormt hij een rechte hoek met de koninklijke vertrekken.
<Kastelen van de Loire – blz 65>
7 april 1498
Charles VIII overleed in het kasteel van Amboise op 7 april 1498, toen hij de avond voor Palmzondag met zijn vrouw naar de kaatsbaan buiten het kasteel ging. Hij stootte zijn hoofd tegen een deuropening in het kasteel, voelde zich misselijk en stierf een paar uur later.
Louis XII liet de werken in uitvoering spoedig stilleggen en liet architecten en metselaars naar Blois komen. Amboise wees hij toe aan Louise de Savoye - de moeder van de latere koning François I - en haar kinderen.
<Kastelen van de Loire – blz 59>
De bouwwerf van Amboise onder Charles VIII
De bouwplaats van Charles VIII kan, zelfs in vergelijking met die van François I, als een zeer grote bouwplaats worden beschouwd. Het register 1495-1496 geeft hieromtrent meer details.
Financieringswijze
De bouwwerken van het kasteel van Amboise werden gefinancierd enerzijds door heffingen op de ontvangsten van geldwisselaars uit de schatkist en anderzijds door de zoutbelasting. Van Louis XI tot Louis XII maakten de vorsten veel gebruik van deze financieringsmethode.
Amboise - Un château dans la ville – Bouwplaats volgens register 1495-1496
Witte en gele tuffeau
De gebouwen van Charles VIII zijn voor het grootste deel gebouwd met tufsteen. Volgens de verslagen is de steen afkomstig uit 10 steengroeven langs de Loire- en de Cher-valleien: Malvau, Lussault-sur-Loire, Limeray, Coudray, Belleroche, Les Terriz, Saumur, Bourré, Saint-Aignan en La Ronde. De afstand tot de werf van Amboise varieert van 2 km voor Malvau tot 110 km voor Saumur. Het grootste contigent stenen werd geleverd door de Bourré-groeve. Bourré ligt op de rechteroever van de Cher, 3 km van Montrichard.
De bouwers hadden een onmiskenbare kennis van stenen. Er werd witte tuffeau (met goede kwaliteit) gebruikt en gele tuffeau (grover maar harder) volgens zijn mechanische eigenschappen. Voor de meeste tufstenen benadert de druksterkte gemiddeld 9 MPa, maar extremen bereiken minimum 5 MPa tot maximum 20 MPa. De lichte stenen zijn over het algemeen minder goed bestand tegen samendrukking en het gebruik ervan is voorbehouden aan de gewelven.
De bouwplaats van het kasteel zou in één jaar ongeveer 1.500 ton tufsteen hebben verbruikt. Daarnaast werd er ook baksteen gebruikt, in verschillende formaten. De besparing in de baksteenbouw - 2 tot 6 keer goedkoper - wordt slechts weinig verminderd door het hogere gebruik van mortel bij het verwerken.
Van de herfst van 1495 tot de zomer van 1496 werken bijna 700 arbeiders in het kasteel. De site staat onder het bevel van 3 meester-metselaars: Colin Byart, Guillaume Senault en Louis Amangeart. Het timmerwerk staat onder leiding van Pierre Bryant.
<Amboise - Un château dans la ville – Bouwplaats volgens register 1495-1496>
Locatie
Mnt de l'Emir Abd el Kader, 37400 Amboise, Frankrijk
Dichtbij het kasteel van Amboise ligt de manoir Clos-Lucé.
Maak jouw eigen website met JouwWeb