Kasteel Chambord (1519 - 1545)

Geschiedenis en architectuur - François I - Chambord

Chambord ligt op 15 km ten oosten van Blois

Geschiedenis

François I (1494-1547), die opgroeide in het nabijgelegen Blois en die graag in de omgeving ging jagen, begon op 6 september 1519 met de bouw van het kasteel Chambord.

Domenico di Cortona

De jonge prins François I had reeds verscheidene projecten, waarbij hij zelf betrokken was, laten uitwerken. Domenico di Cortona (Cortona 1470 - Parijs 1549), een Italiaanse ingenieur-architect die Charles VIII naar Frankrijk was gevolgd, had een houten maquette gebouwd die het kasteel van Chambord schijnt aan te kondigen, maar met een modernere rechte trap.

Ook Leonardo da Vinci werd bij het ontwerp betrokken. In oktober 1519 gaf François I opdracht tot de bouw van het kasteel van Chambord. Het concept van de dubbele wenteltrap wordt toegeschreven aan Leonardo da Vinci. Hij zou de start van het kasteel zelf niet meemaken, want Leonardo stierf vier maanden voor de start van de werken.

Leonardo da Vinci

Het kasteel

Chambord was bedoeld als een tijdelijk onderkomen voor jachtpartijen en feesten, maar het groeide al gauw uit tot een van de grootste en fraaiste kastelen in de Loire-streek. 

Voor permanente bewoning is het kasteel nooit geschikt geweest. Het lag in de zestiende eeuw ver van de bewoonde wereld, zodat de gezelschappen die op het kasteel verbleven, in hun eigen levensbehoeften moesten voorzien. Bovendien waren de grote vertrekken met hun open ramen en hoge plafonds in de wintermaanden nauwelijks warm te stoken. François I, die veel door zijn rijk reisde, bracht zelf slechts 72 dagen van zijn regering op het kasteel door. Op een van die dagen ontving hij keizer Karel V (1500-1558) op Chambord, die er van 18 op 19 december 1539 overnachtte toen hij op doorreis was van Brussel naar Madrid.

De werffase

De eerste werf van het kasteel van Chambord werd in september 1519 toevertrouwd aan opperintendent François de Pontbriand en aan meester-metselaar Jacques Sourdeau. Beiden hadden reeds in Amboise en Blois gewerkt. In 1519 werkten er 2000 arbeiders aan de bouw van het kasteel. In 1521 nam Nicolas de Foyal de werf over, samen met meester-metselaar Pierre Nepveu.

Tijdens de Italiaanse Oorlog van 1521 - 1526 verloor François I in 1525 de slag bij Pavia en werd gevangen genomen door Karel V, die intussen keizer van het heilige Roomse Rijk was geworden. De catastrofale slag van Pavia blokkeerde voorlopig alle verder uitgaven en de werf van Chambord werd stilgelegd. Het losgeld voor de koning en dat voor de gijzelaars, zijn zonen François en Henri, werd door keizer Karel vastgelegd op twee miljoen gouden kronen. Van zodra hij in oktober 1526 terug was, liet François I de werf van Chambord heropenen, met Charles de Chauvigny als opperintendent en nog steeds Pierre Nepveu (Trinqueau) als meester-metselaar (tot 1538) en Denis Sourdeau (tot zijn dood in 1534), maar het bouw-schema werd ingrijpend veranderd.

In 1537 was de ruwbouw van de donjon klaar.

De uitbreiding van het kasteel

In 1538 gaf de koning opdracht voor een uitbreiding van het kasteel aan de noordkant, die met twee verdiepingen met de donjon werd verbonden en nog een tweede vleugel aan de westkant, symmetrisch met het woongedeelte. Meester-metselaar was dan Jacques Coqueau (tot 1569). In 1539 kon de koning Karel V op Chambord ontvangen.

In 1545 was het koninklijke woongedeelte gereed, maar François I, die tot dan in de noordoostelijke toren van de donjon zijn intrek had genomen, kon er zelf nauwelijks van genieten daar hij twee jaar later overleed.

Henri II zette het werk van zijn vader voort en liet de westvleugel en de toren van de kapel bouwen. Ook de ommuring kwam toen gereed. Maar bij zijn dood in 1559 was het kasteel nog steeds niet voltooid.

<Michelin Kastelen van de Loire – blz 161>

Chambord - Franse renaissance

Chambord is wellicht het ultieme toonbeeld van Franse renaissancearchitectuur. Het is een koninklijk jachtslot, 156 meter lang, 117 meter breed en telt 440 kamers, zalen en vertrekken, 385 vuurplaatsen.

De centrale donjon (een middeleeuwse versterkte woontoren) is volgens een strak systematisch systeem ontworpen. In het midden ligt de ronde dubbele wenteltrap, met aan vier kanten een brede gang. Aan weerszijden van deze gangen ligt een appartement, dat uit een aantal ruimtes bestaat: slaapkamer, kleedkamer, ontvangstkamer. Op de hoeken staan de vier ronde hoektorens, waarin ook op elke verdieping een appartement aanwezig is. Zo heeft het kasteel in totaal 4 hoeken x 2 appartementen x 3 verdiepingen = 24 appartementen. Daarnaast zijn er twee zijvleugels. In een daarvan ligt het appartement van de koning. In het andere een kapel.

De centrale donjon

Vanaf de terrassen stijgen hoge daken met leisteen op. De verticaliteit en overvloed van de schoorstenen, trapkoepels, dakkapellen en lantaarns geven het kasteel een gotisch silhouet. Hun versiering is geïnspireerd op de Italiaanse Quattrocento-architectuur, met name leisteenfineer met geometrische patronen die marmeren decoraties imiteren.

De monumentale ronde hoektorens typeren de Franse stijl. De gevels zijn opgetrokken in witte zandsteen, met veel reliëfs gedecoreerd. Het wapen van François I - de salamander - is overal terug te vinden, aan de muren, tegen de plafonds, in de vloeren. Hetzelfde geldt voor zijn initiaal, de letter "F".

De salamander en de letter "F"

De schijnbare architectonische eenheid van het kasteel lijkt vanaf het begin te wijzen op een goed beheerst project. Een analyse van de bouwfasen werpt echter licht op een meer complexe realiteit. Archeologisch en historisch onderzoek onthult een eerste donjonproject, een kubusvormig gebouw met een toren in elke hoek (in het midden van het huidige complex). Het project ging verder rond 1526, na de terugkeer van François I uit gevangenschap in Madrid. De koning, die met intacte eer en ambitie terugkeerde, besloot twee vleugels aan de donjon toe te voegen - een om zijn onderdak te huisvesten, de koninklijke suite, de andere de koninklijke kapel - en een lagere ruimte voor het hof. Dit had heel wat impact op het oorspronkelijke plan en er moesten meerdere aanpassingen gebeuren.

Het latrinesysteem

Het kasteel heeft een zeer geavanceerd latrinesysteem. Elk van de torens van de donjon heeft twee aaneengesloten ondergrondse putten die met elkaar zijn verbonden door een gewelfde doorgang. De toiletten zijn te gebruiken op de begane grond of op de zolder via een kanaal in het metselwerk. De andere put lijkt ontworpen om vloeistoffen op te vangen door sedimentatie. Een tweede pijp, parallel aan de eerste, loopt onder het dak door om de latrines te ventileren. Dit ventilatiesysteem doet denken aan de aanbevelingen van Leonardo da Vinci. In een van zijn boeken beveelt het Italiaanse genie aan dat "toiletten voorzien worden van ventilatieopeningen in de dikte van de muren, zodat de lucht van de daken kan komen" (Codex Atlanticus, fol. 76v).

De herontdekking van de latrines van het kasteel in 1994, lang genegeerd door architecturale en historische studies, wierp een nieuw licht op het dagelijks leven in Chambord en de eerste fasen van de bouwplaats.

<Chambord d’après ses latrines – Jean-Sylvain Caillou et Dominic Hofbauer>   <https://doi.org/10.4000/crcv.14386>

De dakterrassen van de donjon

De vier terrassen van de donjon geven toegang tot het dak in het hart van het indrukwekkende architectonische bos van de bovenste delen van het gebouw. Aan het uiteinde loopt een doorgang omzoomd door een reling om de donjon heen en biedt een uitzonderlijk uitzicht op het landgoed. Geïmplementeerd in 1537-1538 op het vierde niveau van de donjon, blijven de terrassen van Chambord tot de verbeelding spreken. Ze zijn ook een technische nieuwigheid. In feite werd een ingenieus waterdichtingssysteem gecreëerd, ongeëvenaard in die tijd, om de bogen van de onderste verdiepingen te beschermen tegen binnendringend water. Dit systeem stopte de lekken echter niet, wat meteen vanaf het begin onherstelbare schade veroorzaakte aan de prachtig gesneden decoraties van de tweede verdieping. De terrassen zijn tussen 2005 en 2008 gerestaureerd. De oude structuur is behouden, maar onder de tegels zijn platen van lood of koper aangebracht om het afdichtingssysteem te versterken.

Detail van het waterdichtingssysteem van de dakterrassen

Het kasteel en zijn omgeving

Chambord is in de geest van François I ontstaan ​​als een veelomvattend project, waarbij de bouw van een "mooi en weelderig bouwwerk" gepaard ging met de aanleg van een uitgestrekt omringend park. Een tuin gewijd aan jacht gerelateerde activiteiten, tot eer van de koning. Dit ontwerp is niet anders dan de gebieden van het hertogdom Milaan die François I vroeg in zijn regering bezocht. Chambord biedt rijke en gevarieerde landschappen, talloze drinkplaatsen en een overvloed aan dieren in het wild. De koning was ook van plan om, net als in Pavia, het park te omsluiten met een gemetselde muur en eigen grond erbij te betrekken om een ​​landgoed van grote omvang te bouwen. Aan het einde van zijn regering had Chambord 2.500 ha bereikt. Gelukkig hebben de opvolgers van Francis I de integriteit van het park bewaard en zelfs zijn werk voortgezet. In de zeventiende eeuw had Chambord 5440 ha land en 32 km grensmuur. Het landgoed is sindsdien veranderd.

Chambord op YouTube

Locatie

41250 Chambord, Frankrijk